Jurisprudentie – Het na-risico


Op 2 juli 2011 is er sprake van een botsing tussen een personenauto en een vrachtwagen. De personenauto werd bestuurd door de partner van de kentekenhouder van de auto. De auto was op 28 juni 2011 overgeschreven op de naam van de kentekenhouder, die had verzuimd direct een WAM verzekering af te sluiten. De auto was onder de vorige kentekenhouder wel verzekerd. Die verzekeraar was derhalve op grond van artikel 13 WAM (zie volgende paragraaf) verplicht om de schade te vergoeden aan de benadeelde. De zaak wordt voorgebracht bij de rechtbank en wordt na uitspraak van de rechtbank voorgedragen aan het Hof ’s-Hertogenbosch.

De WAM verzekeraar wil de schade vervolgens verhalen op de kentekenhouder van de auto en de partner (bestuurster ten tijde van het ongeval). In de WAM of WVW is echter geen artikel opgenomen dat bepaalt dat in een dergelijk geval de kentekenhouder aansprakelijk is.
Artikel 13 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bepaalt wel dat bij het beëindigen van een verzekering, de WAM verzekeraar tot zestien dagen na de dag volgende op de dag van de opzegging zijn verplichtingen jegens een benadeelde behoudt. De verzekeraar moest daarom inderdaad de schade vergoeden.

Artikel 15 van de WAM bepaalt daarnaast dat de verzekeraar die een schade vergoed aan een benadeelde die niet was gedekt door een met hem gesloten verzekering, de aansprakelijke persoon aan kan spreken voor het bedrag der schadevergoeding.

In dit geval volgt zoals gezegd niet uit een wet dat de kentekenhouder de aansprakelijke persoon, wanneer er geen WAM verzekering is afgesloten. Het Hof stelt in dit geval echter, dat de kentekenhouder op grond van de maatschappelijke zorgvuldigheid aansprakelijk is voor de schade die is geleden. Eenieder die een rijbewijs heeft moet op de hoogte zijn van de wettelijke plicht tot het afsluiten van een WAM verzekering. Het niet-verzekeren an sich is dus onrechtmatig en grond voor aansprakelijkheid van de kentekenhouder.

Daarnaast had de kentekenhouder maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat iemand in de onverzekerde auto zou kunnen gaan rijden. De kentekenhouder voerde namelijk aan dat hij geen toestemming had gegeven aan de partner om te rijden in de auto. Dit verweer ging niet op, het Hof bepaalt dat de (verstrekkende) maatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat iemand in de auto kan rijden, met of zonder toestemming. Een voorbeeld daarvan kan zijn het opbergen van de sleutels van de auto in een kluis.
De kentekenhouder moest op grond van voorgaande de schade vergoeden aan de WAM verzekeraar.

Bekijk hier de volledige uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:3757